![]() |
|
Kapitein-Luitenant ter Zee G.P.M. Kooiman geeft een presentatie over het Fort Erfprins. |
Op 25 november 2000 vond de Vestingdag van de Stichting Militair Erfgoed plaats op het Fort Erfprins. Dit fort is met zijn 49 hectare beduidend groter dan het Fort bij Rijnauwen, dat velen van ons tot voor kort met zijn 32 hectare als het grootste fort in Nederland beschouwden.
Vanuit het hele land waren de fortofielen naar het verre Den Helder getogen om Fort Erfprins te bezoeken. Na de ontvangst door de huidige commandant, Kapitein-luitenant ter Zee R.N.M. Oudendijk, waren er twee lezingen. Rob van Beckhoven van de Stichting Stelling van Den Helder gaf aan de hand van kaarten de geschiedenis van de gehele stelling aan. René Roede gaf aansluitend een presentatie over de Duitse werken in de Festung Den Helder. Na een goed verzorgde lunch gaf de, voormalige commandant, Kapitein-luitenant ter Zee G.P.M. Kooiman een flitsende multimedia presentatie over het fort. Daarbij kwam zowel de geschiedenis, iets wat hem persoonlijk zeer interesseert, alsook het gebruik door de Koninklijke Marine aan bod. Deze presentatie had hij eerder ook aan alle medewerkers van de marinekazerne gegeven.
De Rede van Texel was van oudsher belangrijk voor de handelsvaart vanuit
Amsterdam en andere steden aan de Zuiderzee. Door bij Huisduinen en (Den) Helder
vijandige schepen de doorvaart te beletten bood de Zuiderzee een veilige
vluchthaven.
Maar in 1799 bleek dat kustbatterijen niet voldoende waren. De Engelsen en
Russen landden bij Callantsoog en vielen de kustbatterijen bij Den Helder in de
rug aan. Uiteindelijk wisten de Fransen en Bataven ze te verslaan maar prompt
werden er plannen gemaakt voor de verdediging van de landzijde. In de periode
1811-1813 bouwden de Fransen dan ook de forten Lasalle, Morland, l'Ecluse en
Dugommier. Toen in 1813 Napoleon bij Waterloo werd verslagen waren de forten
l'Ecluse en Dufalga, ten zuiden van fort Morland, nog in aanbouw. Fort Dufalga
werd echter in 1814 door de Fransen opgeblazen tijdens de bevrijding van Den
Helder.
In 1814 werden alle Franse namen vervangen door Hollandse: Fort Lasalle werd
Fort Erfprins, Fort Morland werd Fort Kijkduin, Fort l'Ecluse werd Fort Dirks
Admiraal en Fort Dugommier werd uiteindelijk Fort Westoever. Ook de onderdelen
van de forten, zoals de bastions, kregen andere namen.
Later legde men de liniewal met gedekte gemeenschapsweg tussen de forten aan om
veilig tussen de forten te kunnen bewegen.
Rond 1920 werd ten zuiden van Fort Kijkduin begonnen met de bouw van een nieuw
Fort Kijkduin. Door allerlei problemen met de levering van de bewapening is het
nooit verder gekomen dan de muren. Zou er nog een restant onder het zand
liggen???
![]() |
|
Het bomvrije hospitaal en een remise. |
Fort Lasalle werd aangelegd als een onregelmatige, langgerekte, vijfhoek met
vijf bastions en drie ravelijnen. De twee grote ravelijnen lagen aan de west- en
oostzijde van het fort. Vanaf 1814 werden deze respectievelijk Huisduin en
Helder genoemd. De derde, de kleinere zee-ravelijn, lag in de gracht tussen de
zeedijk en het fort.
In 1835 zijn er twee poorten gebouwd, de Huisduiner Poort en Helderse Poort. De
doorgaande weg tussen de dorpen Helder en Huisduinen liep over de twee grote
ravelijnen en, door de twee poorten, over het fort. In 1861 werd een bomvrij
hospitaal gebouwd. Dit hospitaal was toen aan beide zijden toegankelijk en
alleen het dak had een aarden dekking. Later werd de westzijde afgesloten en van
een aarden dekking voorzien.
Rond 1878 is er behoorlijk wat gewijzigd en vooral aan de zeezijde van het fort.
De gracht tussen de twee bastions aldaar werd grotendeels gedempt waardoor ook
de zee-ravelijn verdween. Op deze plaats werd een bomvrije kazerne gebouwd van
maar liefst 283 meter! De kazerne heeft zeven hoofdingangen. Achter elke
hoofdingang zijn bovendien een buskruitmagazijn, een trap en een hijslokaal naar
boven op het fort aanwezig. Op het zeefront boven de kazerne waren namelijk
zeven geschutemplacementen voor zeven stuks geschut van 24 cm aanwezig.
In de loop der tijd zijn er ook remises, een infanterie kazerne, meetposten en
dergelijke op het fort gebouwd. De Duitse bezetter bouwde tenminste vier, en
mogelijk zelfs vijf, betonnen schuttersputjes (model Tobruk) op de saillanten
van de bastions.
Na de Tweede Wereldoorlog raakte het fort in onbruik bij de Landmacht. In
1948 kocht de Koninklijke Marine het fort voor 800.000 gulden. In eerste
instantie werd er de artillerieschool gevestigd die de emplacementen aan het
zeefront gebruikte voor oefeningen. In de loop der tijd zijn er meerdere
opleidings- en testfaciliteiten op het terreplein gebouwd. Enkelen gingen ten
koste van de oorspronkelijke gebouwen. Zo werd de infanterie kazerne gesloopt,
verdwenen de verblijven voor gehuwden en de opzichterswoning. Tijdens de
rondleiding konden we de vele restanten bekijken. Er zijn toch nog veel objecten
van het oorspronkelijke fort aanwezig waarvan enkele zelfs gerestaureerd zijn.
De meeste oude gebouwen staan echter leeg en de meeste remises zijn
dichtgemetseld.
Dit is ook gebeurd met de twee scherfvrije schuilplaatsen ( de zogenaamde
"paardenstallen") uit 1902 die dichtgemetseld zijn. Op het Bastion Maurits staan
diverse vervallen remises met daartussen een moderne stormbaan en klimtoren.
Bijkans achteloos liepen wij over de inmiddels doodlopende poterne naar de
liniewal tussen Fort Erfprins met het Fort Dirks Admiraal. Vervolgens konden we
een kijkje nemen bij het bomvrije hospitaal waar de dichtgemetselde deuren aan
de westzijde nog goed te herkennen zijn. Het gebouw is al eens opgeknapt en is
nu in gebruik bij de Elektrische Hobby Club en voor de opslag van o.a.
rubberboten.
Aan de oostzijde kwamen we bij de Helderse Poort die tot 1995 als hoofdingang
fungeerde. Al het verkeer, inclusief vrachtwagens, moest vroeger door de lage
poort en daar zijn de sporen van te zien. Maar ook de brug was eigenlijk een
zwakke schakel. Er is nu een bredere ingang in de noordwest hoek van het fort,
waarvoor enkele kleine zaken moesten verdwijnen. De opgeknapte poort is nu
alleen voor voetgangers en fietsers.
Vervolgens kwamen we langs de gloednieuwe kantine. Het aardige is dat de
architect zich door de vestingbouw heeft laten inspireren: de vorm is een
regelmatige vijfhoek en heeft grofweg dezelfde vorm als het fort. Het staat op
een aarden verhoging met halverwege elke zijde een bastion-achtig aardwerkje. Zo
krijgt het woord 'reduit' een geheel andere betekenis: om op terug te trekken in
geval van honger!
![]() |
![]() |
![]() |
|
Het "bezichtigen" van een Duitse Tobruk. |
De Helderse Poort. |
De oude poterne naar het zee-ravelijn met een modern gebouw. |
Zoals gezegd werd de zeezijde in 1878 flink gewijzigd. Een gevolg hiervan was dat de poterne naar het Bastion Dumoulin overbodig werd. Deze werd aan de bastion-zijde afgesloten en de kruitkamers aan het begin van de poterne bleven tot voor kort in gebruik voor de opslag van kruit. De bliksemafleiders staan er nog op. Ook dit gebouw is geheel opgeknapt, de originele houten deuren staan in houders tegen de muur, en is ingericht als ontvangst- en vergaderruimte.
Met aan de linkerhand de vijvers, de restanten van de hoofdgracht tussen de
verdwenen bastions, kwamen we bij een lange aarden wal. Toen we daar om de hoek
keken zagen we de langste bomvrije kazerne van Nederland. Door het wat sombere
weer konden we met moeite de andere kant, 283 meter verderop, zien. Enkele jaren
geleden waren de 33 lokalen nog in gebruik als leslokalen, nu staan ze leeg. Van
het interieur zijn weinig zaken over, behalve de waterpomp tableaus, de privaten
en de inrichting van de zeven hijslokalen. Via een trap bij één van de
hijslokalen zijn we bovenop het dak geklommen. Daar is een grote verzameling van
betonnen geschutbeddingen en installaties voor het oefenen en testen van
geschut.
Ongeveer halverwege de kazerne is een doodlopende sleutelgang die, tot de
dijkverzwaring in de jaren 1980, naar een caponnièrre aan de fortgracht leidde.
Nu is de noordelijke gracht gedempt en loopt er een weg. Omwille van de lengte
van deze tekst moet de beschrijving van de kazerne hier nu toch echt stoppen...
Langs de andere kant van de vijvers gingen we weer in de richting van de mess. Maar eerst even de fietsenstalling van binnen bekijken. Tja, dat is de hedendaagse bestemming van de inmiddels doodlopende poterne naar het verdwenen zee-ravelijn. Als afsluiting namen we een kijkje bij de oude Huisduiner Poort. In 1885 is die aan de grachtzijde dichtgemetseld en met grond bedekt. Recent is de muur aan de binnenzijde geheel vervangen en ziet het poortgebouw er weer als nieuw uit. Er liggen nu spullen opgeslagen.
![]() |
|
De moderne kazerne met de kantine (midden) en de Helderse Poort (rechts). |
De Stichting Militair Erfgoed is zich terdege bewust van het belang van
hergebruik voor het behoud van oude verdedigingswerken. Alhoewel er het één en
ander op het Fort Erfprins onder het geweld van de slopershamer is verdwenen
constateren wij met vreugde dat de Koninklijke Marine vele objecten behouden en
zelfs gerestaureerd heeft. Dat commandant Kooiman zich betrokken voelt bij de
geschiedenis van het fort zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Hopelijk
treedt zijn opvolger in ieder geval in die voetsporen van zijn voorganger.
We hebben in ieder geval beloofd om nooit meer te zeggen dat Fort bij Rijnauwen
het grootste fort van Nederlands is, wel dat Rijnauwen het grootste fort van de
Nieuwe Hollandse Waterlinie is. Met eigen ogen en benen hebben we gemerkt wat de
afmetingen van het Fort Erfprins zijn.
Met dank aan:
commandant Marinekazerne Erfprins, de Kapitein-luitenant ter Zee R.N.M.
Oudendijk,
Kapitein-luitenant ter Zee G.P.M. Kooiman en
Luitenant ter Zee van Administratie W. Grit
Foto's: René Ros,
www.stelling-amsterdam.org
Bronnen: Genoemde lezingen en het boek "300 jaar bouwen v oor de
landsverdediging" (Den Haag 1988).